Het juridische en fiscale effect van de aandelenfusie

Iedere manier van bedrijfsoverdracht gaat gepaard met specifieke juridische en fiscale effecten. Daarom wordt in dit artikel (beknopt) het juridische en fiscale effect van de aandelenfusie behandeld.

Juridisch

Bij een aandelenfusie worden aandelen van vennootschap A ingebracht in vennootschap B tegen uitreiking van aandelen van vennootschap B aan de voormalige aandeelhouders van vennootschap A. Vennootschap A houdt niet op te bestaan.

Activa, passiva, rechten en verplichtingen blijven in vennootschap A, waardoor het bij een aandelenfusie niet nodig is om de afzonderlijke activa, passiva, rechten en verplichtingen op de daarvoor voorgeschreven wijze te leveren

Op basis van een inbrengbeschrijving (naar toestand <6 maanden) van de aandelen van vennootschap A worden de akte van inbreng en – afhankelijk van inbreng in een bestaande of een nieuwe vennootschap – de akte van oprichting of de akte van aandelenemissie via de notaris gepasseerd.

Fiscaal

In beginsel is de overdracht een vervreemding met een afrekenmoment over het vervreemdingsvoordeel (verschil tussen waarde in het economisch verkeer en de fiscale verkrijgingsprijs). Wanneer de overdracht kwalificeert als een aandelenfusie wordt het afrekenmoment echter uitgesteld. De Belastingdienst dient verzocht te worden de verkrijgingsprijs door te schuiven.

In artikel 3.55 Wet IB is de aandelenfusiefaciliteit opgenomen. Via de schakelbepaling in artikel 8 lid 1 Wet VpB is de aandelenfusiefaciliteit mede van toepassing op de vennootschapsbelasting. Wanneer de situatie kwalificeert als een aandelenfusie hoeft de belastingplichtige bij het bepalen van de in een kalenderjaar genoten winst het voordeel uit de vervreemding van aandelen of winstbewijzen in een kader van een aandelenfusie niet in aanmerking te nemen.

Voor een kwalificatie als aandelenfusie is het noodzakelijk dat de verkrijgende vennootschap minimaal de helft van de stemrechten in vennootschap A kan uitoefenen (Art 3.55 lid 2 sub a Wet IB), de eventuele betaling die de voormalige aandeelhouder van vennootschap A naast de aandelen in de verkrijgende partij ontvangt, mag qua omvang maximaal 10% van de nominale waarde van de verkrijgende partij omvatten (crediteringsmaximum) en de aandelenfusie dient een zakelijke grondslag te hebben.

De verkrijgende vennootschap kan nadat het minimaal de helft van de stemrechten in vennootschap A bezit het belang met gebruikmaking van de aandelenfusiefaciliteit uitbreiden (Art 3.55 lid 3 Wet IB). Via artikel 3.55 Wet IB jo. artikel 8 lid 1 van de Wet VpB hoeft de voormalige aandeelhouder van vennootschap A bij het bepalen van de in het kalenderjaar waarin de aandelenfusie plaatsvindt genoten winst het vervreemdingsvoordeel in het kader van de aandelenfusie niet in aanmerking te nemen.