De reële waarde van identificeerbare activa en passiva

Bij een overname dient de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva van de overgenomen partij te worden bepaald. In dit artikel leggen we uit hoe deze waarde bepaald wordt.

Voorwaarde voor verwerking van de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva

De verkrijgende partij dient de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva van de overgenomen partij te verwerken op de overnamedatum, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • Het is waarschijnlijk dat de toekomstige economische voordelen naar de verkrijgende partij zullen vloeien dan wel de afwikkeling resulteert in een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergt; en
  • De kostprijs of reële waarde ervan kan betrouwbaar worden vastgesteld

 

Activa die voorheen niet waren verwerkt in de balans van de overgenomen partij

Onder de identificeerbare activa en passiva waarover de verkrijgende partij de beschikkingsmacht verkrijgt, kunnen activa en passiva begrepen zijn die voorheen niet waren verwerkt in de balans van de overgenomen partij. Dit kan zijn omdat zij vóór de overname niet voor verwerking in aanmerking kwamen. Denk bijvoorbeeld aan activering van zelfontwikkelde merkrechten op de overnamebalans.

Reële waarde op overnamedatum

De identificeerbare activa en passiva, dienen te worden gewaardeerd tegen de reële waarde op overnamedatum.

Belang derden

Een eventueel belang van derden dient te worden opgenomen voor het proportionele aandeel in de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva.

Bepalen van de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva

De reële waarde van de identificeerbare activa en passiva worden in het algemeen als volgt bepaald:

  • verhandelbare vermogenstitels tegen de actuele marktprijzen;
  • niet verhandelbare vermogenstitels tegen de geschatte waarden die gebaseerd kunnen zijn op onder andere koers/winstverhoudingen, het verwachte dividendrendement en verwachte groeivoeten van vergelijkbare vermogenstitels van partijen met vergelijkbare karakteristieken;
  • vorderingen tegen de contante waarde van de te ontvangen bedragen, bepaald op basis van een gepaste rentevoet verminderd met eventuele voorzieningen voor oninbaarheid en incassokosten. Waardering tegen de contante waarde is niet vereist voor kortlopende vorderingen wanneer het verschil tussen de contante waarde en het nominale bedrag niet materieel is;
  • voorraden:
    • gereed product en handelsgoederen tegen verkoopprijzen, verminderd met de som van de afleveringskosten en een redelijk deel van de winst ten behoeve van de verkoopinspanning door de verkrijgende partij gebaseerd op de winst op vergelijkbaar gereed product en vergelijkbare handelsgoederen;
    • onderhanden werken tegen de verkoopprijzen van gereed product, verminderd met de som van de kosten om het product gereed te maken, de afleveringskosten en een redelijk deel van de winst voor de completering en verkoopinspanning gebaseerd op de winst op vergelijkbaar gereed product; en
    • grond- en hulpstoffen tegen de actuele kostprijs;
  • grond en gebouwen tegen marktprijs;
  • machines, installaties en andere vaste bedrijfsmiddelen tegen de marktprijs, normaliter gebaseerd op taxaties. Wanneer er geen reële waarde bekend is vanwege de specifieke aard van de activa of omdat de activa zelden worden verkocht, behalve als onderdeel van een onderneming als geheel, worden de activa gewaardeerd tegen de actuele kostprijs;
  • immateriële vaste activa tegen de reële waarde, bepaald op basis van:
    • referentie aan een actieve markt zoals beschreven in hoofdstuk 210 Immateriële vaste activa (RJ); en
    • wanneer geen actieve markt bestaat, tegen het bedrag dat de partij voor het actief betaald zou hebben in een transactie tussen onafhankelijke partijen die ter zake goed geïnformeerd zijn en tot een transactie bereid zijn;
  • verplichtingen en vorderingen uit hoofde van pensioenregelingen in overeenstemming met hoofdstuk 271.3 Pensioenen (RJ);
  • belastingvorderingen en -verplichtingen tegen hetzij de nominale, hetzij de contante waarde van de te betalen of te ontvangen bedragen. De belastingvordering of -verplichting wordt bepaald rekening houdend met het belastingeffect van de waardering van de identificeerbare activa en passiva tegen reële waarde. De belastingvorderingen omvatten tevens de latente belastingvorderingen uit hoofde van verliescompensatie van de overnemende partij die niet werden gewaardeerd vóór de overname, doch die als gevolg van de overname voor activering in aanmerking komen;
  • crediteuren, langlopende schulden, voorzieningen, overlopende passiva en andere verplichtingen tegen de contante waarde van de bedragen die worden uitgegeven om aan de verplichtingen te voldoen, bepaald op basis van een gepaste rentevoet. Waardering tegen de contante waarde is niet nodig voor kortlopende schulden wanneer het verschil tussen de nominale waarde en de contante waarde niet materieel is;
  • te beëindigen contracten en andere verplichtingen van de overgenomen partij tegen de contante waarde van de te betalen bedragen op basis van een gepaste rentevoet; en
  • voorzieningen voor de beëindiging of inkrimping van activiteiten van de overgenomen partij die op basis van alinea 212 voor verwerking in aanmerking komen tegen het bedrag bepaald op basis van hoofdstuk 252 Voorzieningen (RJ), niet in de balans opgenomen verplichtingen en niet in de balans opgenomen activa.
  • Onder een gepaste rentevoet wordt verstaan:
    • voor niet rentedragende vorderingen en schulden waarvoor slechts de tijdswaarde dient te worden weergegeven: de risicovrije rentevoet (effectieve rente op langlopende staatsobligaties);
    • voor rentedragende vorderingen of schulden: de voor gelijksoortige vermogenstitels geldende marktrente.

 

Boekhoudkundige verwerking van een overname via de purchase accounting-methode

Dit artikel maakt onderdeel uit van een serie van vijf artikelen waarin de boekhoudkundige verwerking van een overname via de purchase accounting-methode wordt uitgewerkt (RJ 216.201).